Monday, March 7, 2011

Het is een lifestyle, geen voorjaarsschoonmaak!

Het is weer zover. Plotseling heb ik het idee dat alles anders moet in mijn leven. Nou ja, niet alles. Vooral materieel mag er, zo heb ik besloten, wel iets veranderen. Er is hier in huis teveel van alles. Teveel boeken, teveel pennen, teveel glazen in de keukenkast. En dat moet veranderen!

Deze plotselinge opruimdrang heeft drie oorzaken. Om te beginnen: het wordt lente. En hoezeer ik de damesbladachtige ‘grote schoonmaak’ ook veracht, ze hebben wel gelijk. Met het lengen van de dagen groeit ook de behoefte aan het opruimen van het nest. Tweede reden: de afgelopen week leefde ik in een huurappartement in Lissabon. Een groot appartement, maar heerlijk leeg. Zo werkt dat met vakantiehuisjes: alleen het noodzakelijke is aanwezig. Het bleek een zegen. Opruimen? Doodsimpel! Wassen? Eitje! Natuurlijk, het vakantiegevoel deed ook z’n werk. Maar toch. Dat lege appartement gaf zo’n lekker Zen-gevoel.












Tot slot: de aanstaande verhuizing van mijn schoonouders. Ergens tegen de zomer gaan ze het huis verlaten waar mijn schoonvader maar liefst 82 jaar gewoond heeft. Dit weekend maakten we een begin met opruimen. En zag ik in de praktijk hoe zinloos bewaren eigenlijk is. Een ijsmuts die misschien ooit nog van pas komt (20 jaar ongebruikt), twee strandballen nog in de verpakking (15 jaar ongebruikt), fondueborden en vorken die nooit meer in de mode zullen komen (17 jaar ongebruikt), tachtig bakjes met schroeven (voor als je ooit die ene nodig hebt). Jarenlang is alles zorgvuldig bewaard. Het nam ruimte in en gaf meer last dan plezier. En nu? Nu gaat alles vrijwel ongezien weg. Stel je voor hoeveel lichter het leven geweest was zonder al die spullen!

Nu heb ik wel vaker een bevlieging, dus ik kijk het nog even aan. Misschien waait deze opruimdrang wel weer over. Ondertussen lees ik me vast een beetje in. Ik ben namelijk niet de enige die op zoek is naar versimpeling. Aanvoerder van de opruimbeweging is wel Dave Bruno. In 2008 nam hij zich voor een jaar te leven met maximaal 100 persoonlijke bezittingen. Hij hield (en houdt) er een blog over bij, dat blijkbaar al veel wereldverbeteraars en celebrities beïnvloed heeft. Ik heb er een korte blik op geworpen. Conclusie? Onhaalbaar, niet aan beginnen. En dat werkt grappig genoeg ook weer heel kalmerend. Al heb ik me – in een variant op Dave’s levensmotto – wel voorgenomen wat meer weg te gooien. Want hoewel een leven met ‘100 items or less’ me niet haalbaar lijkt, uit dit huis kunnen zeker ‘100 items or more’ verdwijnen. Een mooie klus voor de komende weken! Of ben ik dan stiekem toch bezig met de grote voorjaarsschoonmaak?


p.s. Dat appartement in Lissabon was, behalve lekker leeg, ook gewoon geweldig. Geschikt voor maximaal 7 personen. En betaalbaar. Zie de site!

Thursday, February 17, 2011

Jenny, Henny en Kenny. Damn autocorrect!

Sommige ergernissen zijn, hoe klein ook, toch extreem irritant. Neem nou het slepende conflict dat ik al jaren heb met m’n iPhone. Ik heet Jenny, maar dat ding blijft me consequent Henny of Kenny noemen. En aangezien je je naam meestal als allerlaatste onder een sms-je of mailtje typt, is het aantal berichten dat ik per ongeluk heb ondertekend met Kenny of Henny inmiddels ontelbaar.

Iedereen die ik lastigviel met mijn ergernis riep hetzelfde: Als je je naam maar vaak genoeg intypt, gaat ie ‘m vanzelf onthouden. Vergeet het maar. Ik heb die telefoon nu twee jaar, maar het is nog steeds Henny voor en Kenny na. Deze week was ik het zat. Ik besloot een uur lang niets anders te doen dan mijn eigen naam intypen op m’n iPhone. Het werd één lang virtueel misverstand. Ik typte ‘Jenny’, de autocorrect zei: Kenny. Of Henny. Niets hielp. M’n iPhone wilde me niet kennen.











Gelukkig brengt een beetje Googelen in dit soort gevallen uitkomst. De oplossing is simpel, maar bizar. Voor iedereen die geen Kenny of Henny heet, doe ik hem hier graag uit de doeken.

Stap 1: ga naar je instellingen, kies voor ‘algemeen’, dan voor ‘toetsenbord’ en dan voor 'internationale versies'. Kies daar voor 'voeg toe'.






Stap 2: kies uit de lijst met internationale toetsenborden voor ‘Japans Ten Key’. Jawel, echt doen!







Stap 3: ga terug naar het scherm ‘toetsenbord’. Je hebt daar nu een nieuwe knop gekregen: ‘wijzig gebruikerswoordenboek’. Kies hiervoor.






Stap 4: klik op het plusje en voeg bij ‘woord’ je naam (of een ander woord dat je wilt toevoegen) toe. Bij ‘Yomi’ vul je niets in.

That’s all! Je iPhone zal nu niet meer zeuren dat ie het woord niet kent. Hij zal het ook niet spontaan voor je aanvullen, maar ach. Je kunt niet alles verwachten. Waar deze vreemde oplossing vandaan komt? De functie is bedoeld voor Japanse gebruikers (met de Chinese toetsenborden werkt ’t ook, schijnt). Zij kunnen in het gebruikerswoordenboek shortcuts invullen die de iPhone dan zelf vervangt door Japanse tekens. Die laatste vult een Jappanner ook in (onder ‘Yomi’).


Ach, het is natuurlijk niets om je druk over te maken. Maar wel lekker om deze ergernis kwijt te zijn. Eén nadeel: ik mis Kenny en Henny een beetje. Hoe zou het met ze zijn?

O ja, ik ben niet de enige met autocorrectproblemen. Zie de site 'damnyouautocorrect.com'.

Monday, February 7, 2011

Ik en m'n Livescribe (deel 1)

Twee weken geleden kocht ik m’n gedroomde gadget: de Livescribe Echo Smartpen. Een pen die filmt wat je schrijft, opneemt wat er gezegd wordt en die geluidsopnamen en aantekeningen aan elkaar linkt. Het klinkt abstract, maar mij leek het handig. Bovendien leek het me leuk om, als wannabe gadgetblogger, de pen na het eerste gebruik messcherp op mijn blog te recenseren. Met filmpjes en zo. En daar liep ik vast. Want hoe simpel en klein de pen ook is, het is onmogelijk mijn ervaring met de pen in een kort filmpje te vangen. Het is een complex ding, en ook mijn mening over de pen is nog niet echt gevormd. Daarom hieronder wat gedachten bij het eerste gebruik. En een filmpje van een ander: de Livescribe bij De Wereld Draait Door.

Het gebruik. Ik voer vaak gesprekken waarbij ik aantekeningen moet maken. interviews, projectbesprekingen, van die dingen. Steevast denk ik op cruciale momenten ‘ach, dit onthoud ik wel’. Ik schrijf twee handige steekwoorden op (‘nagaan trends’) die bij later teruglezen alleen vragen oproepen. Wat bedoelde ik daar? Voor die momenten leek de Livescribe me handig. Bij de pen hoort een speciaal schriftje. Je zet de pen aan, drukt op de opnameknop en begint aantekeningen te maken in het schriftje. Terwijl je schrijft, ‘filmt’ de pen je handschrift en maakt geluidsopnamen van het gesprek. Heb je een blackout bij het nalezen van je aantekeningen? Dan klik je met de pen op de gewraakte passage. En – o wonder! – er start een geluidsopname van precies dat punt in het gesprek. Een glasheldere geluidsopname trouwens. Ik gebruikte de pen bij een gesprek tussen drie mensen in een drukbezochte koffielounge. Bij naluisteren bleek alles letterlijk te verstaan. En ook het klikken en terughoren werkte perfect. Over de basics dus niets dan lof. Enige nadeel: je hoort ook jezelf. Daar moet je tegen kunnen.

De bijgedachten. Het kan aan mijn beginnersstatus liggen, maar de Livescribe leidde me in de eerste gesprekken behoorlijk af. Schreef ik voorheen gewoon als een dolle mee, nu ging ik nadenken. ‘Ik hoef dit niet op te schrijven, het wordt toch opgenomen.’ ‘Maar als ik niets opschrijf, kan ik later ook niet op een woord klikken terug te luisteren.’ En zo waren we weer vier zinnen verder. De Livescribe verandert je manier van aantekeningen maken. Geen zinnen meer, maar steekwoorden. Dat volstaat. Vooral omdat je later, als je de opname terugluistert, weer aantekeningen kunt toevoegen, dingen kunt onderstrepen, sterretjes bij belangrijke uitspraken kunt zetten. Ook daarvan slaat de pen op bij welke fragmenten van het gesprek ze horen. Superhandig en na drie gesprekken werd ik er heel rustig van. Maar het was wel even wennen.

De vertraging. Iets wat ik me vooraf niet gerealiseerd had: je schrijft iets pas op, als het al uitgesproken is. Als iemand mij in een interview iets vertelt over zijn motivatie, dan schrijf ik het woord ‘motivatie’ pas op als het gesprek al een stukje verder is. Klik je later in je aantekeningen op ‘motivatie’, dan hoor je dus iets wat daarna pas gezegd is. Om het juiste fragment te horen, moet je altijd klikken op een eerdere aantekening. Tja. Ook hier helpen korte steekwoorden die je snel op kan schrijven. Hoe meer je ‘in sync’ blijft met het gesprek, hoe beter.

Het digitaliseren. Het gebruik van de Livescribe beperkt zich niet tot het bijgeleverde schriftje. Met een snoertje kun je de pen aan je computer hangen. Het gefilmde handschrift en de geluidsopnamen kun je vervolgens op je scherm teruglezen en –luisteren. Nee, hij zet de tekst niet in Word (dat kan overigens wel, met een apart programmaatje). Het is echt een filmpje/plaatje van wat je geschreven hebt. Een ‘pencast’ noemt Livescribe het zelf. Je kunt ‘m online delen met je gespreksgenoten, maar ook via een App synchroniseren met je iPhone of iPad. Erg handig, want met die ene iPad heb ik nu niet alleen al mijn digitale documenten bij me, maar ook mijn aantekeningen. Het werkt precies zoals het schriftje. Klik op een woord dat je hebt geschreven en je hoort het bijbehorende geluidsfragment. Erg fijn. Minder fijn is dat ik heel ‘lichtvoetig’ blijk te schrijven. Daardoor mist de Livescribe-camera soms delen van mijn handschrift. In het schriftje zie je daar niets van, maar in de digitale versie staan er ineens zinnen als:

Bewustwording helpt, heb ik inmiddels ervaren. Maar nu let ik bij elk gesprek ineens weer obsessief op m’n handschrift. Zal ook wel overgaan.

De beperking. Het afgelopen jaar stond, ook bij mij, in het teken van de iPad. Ik ben en blijf enthousiast over dat ding. Vooral omdat je er zoveel mee kunt. Ik hou m’n mail en agenda bij op de iPad, maak er to-do-lijstjes op, doe spelletjes, twitter, leer Portugese woordjes, enzovoort. De iPad heeft van mij een verwend digitaal wezen gemaakt. Met nadelige effecten voor de Livescribe. Dat is namelijk een pen. Punt. Een slimme pen, dat wel. Maar meer is het niet. En gek genoeg maakt dat het lastig om ‘echte liefde’ voor de pen te voelen. Je hebt ‘m niet altijd nodig. Hij ligt niet op m’n nachtkastje. En hoe handig ie ook is, we zijn inmiddels meer gewend van een gadget. Dat weet Livescribe zelf ook. Daarom heeft de pen een eigen app-store. Daar kun je bijvoorbeeld een Engels-Spaans woordenboek downloaden. Schrijf een Engels woord, klik erop, en de Livescribe geeft de Spaanse vertaling. Ik vind ‘m te duur (een paar euro, maar toch…), maar mijn pen heeft wel een demoversie. En die werkt echt. Schrijf ‘please’ en mijn pen zegt ‘por favor’. Fantastisch natuurlijk, maar ik hou het voorlopig even bij de pen alleen.

De vicieuze cirkel. Tot slot nog dit: de Livescribe is – zoals overigens alle gadgets – een aandachttrekker. En dat heeft vreemde gevolgen. Bij alle gesprekken die ik voerde, raakten mijn gesprekspartners gefascineerd door het ding. ‘Wat is dat?’ Hoe werkt dat?’ ‘Wat kost dat?’. Met als gevolg dat een flink deel van mijn Livescribe-opnamen tot nu toe bestaat uit geklets over ... de Livescribe. Een vreemd gevalletje vicieuze cirkel. Bij m’n laatste gesprek vorige week heb ik de pen in m’n tas gehouden. ’t Was een vergadering met wat oudere mensen die de schok over m’n iPad nog maar nauwelijks te boven zijn. Dit wilde ik ze niet aandoen. En zoveel belangrijks werd er niet gezegd.

Sunday, February 6, 2011

De heimelijke genoegens van het plaatjes plakken

Het is weer voetbalplaatjestijd. Mijn overijverige zoon heeft de AH-klanten een recordaantal pakjes afgetroggeld. Die moeten uitgepakt, gesorteerd, ontdubbeld en … ingeplakt. Dat laatste doe ik. Onder protest, maar vol geheim genoegen. Het voetbalplaatjesverzamelboek is dit jaar namelijk erg interessant. Bij elke speler staat een jeugdfoto en een korte biografie. Dat leidt onafwendbaar tot allerlei semi-wetenschappelijke inzichten.

Zo weet ik nu zeker dat mooie kinderen lang niet altijd mooie volwassenen worden. Sterker nog: meestal niet. Een van de schattigste blonde jongetjes in het boek (Mika Väyrynen van Heerenveen) werd in volwassen versie door de kinderen spontaan omgedoopt tot Frankenstein. En menig lelijk, oerdom kijkend jochie blijkt als volwassen voetballer niet te versmaden. Slechts in een enkel geval zijn de beautygenen sterk genoeg om de pubertijd te overleven. Nu ik dit weet, stop ik mijn prachtige blonde kindertjes ’s avonds zacht snikkend in bed.


Hoe meer ik plak, hoe meer voetbalwetten zich aan mij openbaren. Een greep:

- voetbaltrainers zijn opvallend vaak kaal (en lijken al helemaal niet op wie ze als klein jongetje waren).

- Voetballers komen zelden of nooit uit Azië, Australië of Noord-Amerika.

- Er zijn heel veel Marokkaanse voetballers. Op de een of andere manier lijkt me dat goed voor de integratie (je hoort Geert er nooit over!)

- De herkomst van een speler laat zich heel goed afleiden uit de jeugdfoto. Dit geldt vooral voor Scandinaviërs (blond, weidse uitzichten) en Marokkanen (vergeelde foto, jaren ’70 kleding). Toon mij uw jeugdfoto en ik zeg u waar uw wiegje stond!

Natuurlijk roept het boek ook vragen op. Wie heeft al deze informatie verzameld? Hoe vaak is er met stijgende paniek naar de zaakwaarnemer van de Hongaar Bálàzs Toth (zonder jeugdfoto in het boek) gebeld? “We moeten hem vanmiddag voor half 5 echt hebben!” Welke creatieve tekstschrijver brouwde de opzettelijk lange zinnen bij spelers die overduidelijk niets te melden hadden? (“Toen ergens halverwege de jaren tachtig een krijsend kereltje op de wereld kwam, noemden zijn trotse ouders hem Tim Joost Christiaan Vincken“) Maar vooral: onder welke omstandigheden is deze niet-zo-jonge-jeugdfoto genomen van Jan van Dijk, trainer van VVV-Venlo?


Friday, January 28, 2011

Ik ben een gadgetfreak!


Gisteren heb ik ‘m dan eindelijk gekocht: de Livescribe Echo smartpen. Een product waar ik al bijna twee jaar enorm hebberig van word. Een pen die audio opneemt, tekst digitaliseert en de audio ook nog linkt aan de tekst die je hebt geschreven. Ik wilde ‘m zo graag hebben, dat ik met mezelf een bindende afspraak gemaakt had: “Je mag hem kopen, zodra je hem nodig hebt.” Waarbij ‘nodig’ natuurlijk een rekbaar begrip was, dat spreekt voor zich.

Toen ik de pen in de winkel afrekende, zette de verkoper me met één bijzonder doeltreffende opmerking onverbiddelijk op mijn plek. “Deze pen wordt echt alleen gekocht door gadgetfreaks.” Tja. So much voor de ‘ik heb deze pen nodig’ strategie. Terwijl ik de pen uitpakte realiseerde ik me hoe ik zo geworden was. Het is de schuld van de postorderbedrijven! Die hadden toen ik een jaar of tien was (en misschien nog wel) de gewoonte toekomstige abonnees te verleiden met leuke hebbedingetjes. Een roulettespel, gepersonaliseerde stickertjes of – o meisjesdroom! – mini-lippenstiftjes. Gratis bij uw eerste bestelling! Op ons pleintje ging het gerucht dat je die ‘eerste bestelling’ gewoon terug kon sturen en het cadeautje dat er bij zat zomaar mocht houden. Wie durfde deed het echt. Om meestal bedrogen uit te komen. De ultrasmalle poppenlippenstiftjes (Yves Rocher) braken af, het plastic roulettespel wilde niet draaien. Maar één keer had ik de jackpot: een stalen ballpoint met quartzklokje. Met dank aan de ECI. Ik maakte er de blits mee in de klas en het was nog nuttig ook! Klok kijken terwijl je schrijft. Wie wil dat nou niet?

De weg van de ECI-pen naar de Livescribe voert langs veel overbodige spullen. Een horloge dat de tijd uitspreekt, een kauwgomballenautomaat, een pen met radio, een tamagotchi. Meestal gold één nietsontziende oude wijsheid: het bezit van de zaak, is het eind van 't vermaak. Heb ik ervan geleerd? Natuurlijk niet. Behalve dan dat ik mezelf die ene beperking opleg: ik moet het ‘nodig’ hebben. Volgende week gaat m’n gloednieuwe Livescribe de praktijktest in. Vijf interviews met smartpen en speciaal ‘dot-papier’. De gadgetfreak in mij verkneukelt zich!


Monday, January 17, 2011

Ach ja, die zijn verdwenen....


Sommige dingen verdwijnen zonder dat je er erg in hebt. Toen ik vandaag dit bordje zag hangen, voelde ik het gemis pas. En kwamen de vragen. Was het ophangen van dit bordje ooit een wettelijke verplichting? Waarom/wanneer is dit afgeschaft? En vooral: hoe krijgt deze winkel het voor elkaar om al sinds 1978 hetzelfde bordje te hebben?

De winkel in kwestie is trouwens een anachronisme op zich: Tesselschade - Arbeid adelt. Je kunt er borduurwerkjes, gehaakte pannenlappen en ander ouderwets handwerk kopen. Vooral sinds ik las dat de dochters van WimLex en Maxima gekleed gaan in jurkjes van deze winkel, is het een bron van fascinatie voor mij. Met als belangrijkste vraag: wie maakt deze spullen? Tot mijn grote vreugde werd deze vraag laatst beantwoord op een blog dat ik regelmatig lees. En dat trouwens nog veel fascinerender is dan Tesselschade - Arbeid adelt. De blog heet 'eenvoudig leven' en wordt gevuld door iemand van mijn leeftijd die in hetzelfde dorp woont als mijn ouders. En daar houdt alle overeenkomst op. Ik zeg niets. Behalve dit: deze dame borduurt voor Tesselschade Arbeid adelt. Lees haar blog! Er gaat een wereld voor je open!

Sunday, January 16, 2011

Is Aaf een Margriet-vrouw?

In de Volkskrant stond vorige week een intrigerend klein berichtje. Het ging over columniste Aaf, die bevallen was van een dochter. Maar dat was niet alles. In het stukje stond een zin die ik me helaas niet helemaal meer kan herinneren. Maar hij ging ongeveer zo: ‘Aaf is nog met zwangerschapsverlof, maar ze begon deze week wel met een wekelijkse column in Margriet.’ Misschien zoek ik er teveel achter, maar op mij kwam dit zinnetje (en vooral het woordje ‘maar’!) een beetje rancuneus over. Vrij nemen bij de Volkskrant, maar wel beginnen bij Margriet. Dat kan natuurlijk niet!

Het meest fascinerend aan het bericht was natuurlijk de bizarre onthulling dat Aaf in Margriet was gaan schrijven. Ik ken Aaf van haar column in de NRC Next, waar ze mee stopte toen ze moeder werd. En nu dit! In mijn hoofd vormde zich een beangstigend rijtje: NRC Next, Volkskrant, Margriet. What’s next? Een column in de Plus? Aan de andere kant, misschien zat ik er wel naast. De Margriet ken ik vooral uit de tijd dat mijn moeder hem nog wel eens las. Pakweg zo’n 25 jaar geleden. Wie weet is Margriet enorm met z'n tijd meegegaan. En is het het lijfblad dat ik zo node mis! Ik kocht een Margriet.

Het bladeren in de Margriet kostte me ongeveer een kwartiertje. In dat kwartiertje leerde ik de Margriet-vrouw kennen. De Margriet-vrouw is wars van onnodige luxe (“een verwendagje in uw eigen badkamer”), geniet vooral op de vierkante centimeter (“als hij geniet, geniet ik ook”), is dol op gezelligheid (‘strak ingericht, toch gezellig’) en ziet zelfs bij de ergste tegenslag nog lichtpuntjes en kansen (“in Haïti werd ik een beter mens”). Echt erg wordt het pas als haar vertrouwen beschaamd wordt (“als ik mijn eigen zus niet kan vertrouwen, wie dan wel?”). De Margriet-vrouw houdt van tradities, maar durft ook best te experimenteren (‘Erwtensoep uit alle windstreken’). Haar onbetwiste heldin is Yvon Jaspers (“wat een leuk mens is zij”). En dat is fijn, want die heeft ook een column in Margriet.



De combinatie Aaf-Margriet, die zag ik niet direct. Tot ik me een oude familievete herinnerde. Margriet was vroeger altijd het zielige zusje van Libelle. Eigenlijk net zoals die andere Margriet altijd achter Beatrix aanliep. En ook nu heeft Libelle een hogere oplage (460.000 vs. 275.000) en een succesvoller ‘event’ (Libelle Zomerweek vs. Margiet Winterfair). Het zwakke punt van Libelle? De columnisten! Op het web wordt daar flink over geklaagd. De columnisten ‘reizen de hele wereld over alsof dat maar normaal is’ en hun leven is ‘niet representatief voor een gewone Nederlandse vrouw’. In de strijd met haar dominante zusje zet Margriet daarom de lekker gezellige Yvon in. En nu dus ook Aaf. Die schrijft altijd zo leuk over de kleine dingen in het leven! Ik twijfel. Margriet trouwens ook. Daarom heeft Aaf een lelijke foto gekregen en heet haar column ‘HuisTuinKeuken volgens Aaf’. Zo lijkt ze toch een beetje op de Margriet-vrouw.