Tuesday, March 22, 2011

Karate Bob en het geheim van Paleis Noordeinde

Hij stond voor Paleis Noordeinde vandaag. Met op z’n bord een lange leestekenloze zin. De perfecte illustratie bij zijn hijgerige boodschap. Zo’n man waaraan je ziet dat hij thuis niet meer gecorrigeerd wordt. Z’n vermoeide vrouw smeert nog wel boterhammen voor hem, op de ochtend van weer zo’n zinloze expeditie. En zegt:”Het kan nog verraderlijk fris zijn. Vergeet je hoed en je sjaal niet.” Vanavond komt hij thuis. Moe maar voldaan vertelt hij zijn vrouw dat hij wel 25 flyers heeft uitgedeeld. Hij is zelfs op de foto gezet. Misschien wel door een journaliste. Wie weet schrijft ze er wel een stukje over. Wie weet….


Ik kwam hem tegen toen ik even naar buiten liep om te lunchen. Alleen z’n bord mocht ik niet fotograferen; hij wilde er zelf ook op. Nu zit ik weer achter m’n bureau en ik moet steeds aan hem denken. Wat is dit voor man? Wat drijft hem? En waarom is hij zo lachwekkend en zielig tegelijk? Ik neem aan dat ik niet de enige ben die complottheorieën (en de mensen erachter!) eindeloos fascinerend vindt. Dat klopt. In 2009 verscheen het boek Voodoo Histories van David Aaronovitch. Ik moet het hebben, dat boek! Het beschrijft onder andere de zeven kenmerken van een goede complottheorie. Zo is er altijd sprake van een kleine verdorven elite (check!), worden op het oog betrouwbare, maar eigenlijk vrij dubieuze experts aangehaald (check!) en is de kennis die de complotdenker heeft ‘gevaarlijk’. De elite wil hem het zwijgen opleggen! (check!). De complotman die ik tegenkwam heeft daarbij bovendien een fantastische troef in handen: Karate Bob! Dit is geen complot, dit is een stripverhaal! Verfilmen die boel!

Ook een complotdenker? Verdiep je in het verhaal van mijn complotman.

Geen interesse in Karate Bob? Lees hier de recensie van het boek Voodoo Histories: http://www.nrcboeken.nl/recensie/het-toeval-mag-geen-toeval-zijn

De wondere wereld van de verzamelaar

Sinds een paar weken dwaal ik rond in de wondere wereld van de verzamelaars. Mijn schoonouders gaan verhuizen en ruimen op. En aangezien mijn schoonvader vroeger een kruidenierswinkel had, staat het huis vol met oude blikken, verpakkingen, reclamemateriaal enzovoort. Dat kan niet allemaal mee en weggooien is zonde. Dus Google ik me suf naar verzamelaars van Droste, Flipje, Boldoot, Douwe Egberts, Van Nelle en Coca Cola. En wat je dan allemaal tegenkomt!

Zo bestaat er in Nederland een heuse vereniging van Coca Cola verzamelaars: The Enjoyer. Het topstuk van een Coca-Cola verzameling? Een ongeopend flesje met ‘vreemd object’. Getuige deze advertentietekst:

“Wij zijn de trotse bezitters van een ongeopend Coca Cola flesje (1994) met een vreemd object in. Waarschijnlijk is dit een stuk van een machine die tijdens het productieproces in het flesje is gevallen. Het flesje dateert van 1994 en is ongeopend.”

Door al dat gegoogle vergaar ik meer kennis dan me lief is. Zo weet ik inmiddels dat Droste-verzamelaars kicken op blikjes waar de verpleegster een rood kruis op haar arm heeft, dat er wel vijf kruideniersmusea in Nederland zijn die zich aanprijzen als “het kleinste museum van Nederland” en dat je oude blikken niet moet wassen, maar een nacht in de vaseline moet zetten.

In juni gaan mijn schoonouders verhuizen. Dan zijn zij als het goed is heel veel oude spullen lichter. En ik? Ik zit overvol met onzinnige weetjes. Zie die maar weer eens kwijt te raken!

p.s. Ken je iemand met een wilde passie voor oude kruideniersspullen? Laat het weten! We hebben nog zo’n veertig strekkende meter te gaan!

Monday, March 14, 2011

Lifehack-tips: het nieuwe spreekwoordenboek

Stel je voor: je huis opgeruimd, je financiën op orde, je kinderen in het gareel en jijzelf fit, slank, gezond en altijd op tijd met alles. Wie wil dat nou niet? Ik dolgraag. Zeker sinds ik een ongebonden freelancebestaan leid, vind ik mezelf
maar een chaoot. Ik maak actiepuntenlijstjes bij de vleet, maar ontdek na een halve ochtend dat iets anders toch belangrijker was. Uitstelgedrag? Ik ben ervoor geboren!

Gelukkig staat het internet vol met ‘bruikbare’ tips om je leven te beteren. Lifehacks, worden ze ook wel genoemd. De meeste tips gaan over uitstelgedrag (in het Engels ‘procrastination’, wat een heerlijk woord!) of het opruimen van je huis. Check maar op lifehack.org, lifehacker.com, lifehacking.nl. Of zoek in twitter eens op de hashtag #opruimtip. Je kunt er uren zoet mee zijn, als je geen zin hebt om te werken. En nee, dat is geen uitstelgedrag, dat is heel nuttig. Hoewel…

Als je maar genoeg van die lifehack-tips leest, ga je een patroon zien. Een nogal simpel patroon. In feite zijn die tips niets anders dan oud-Hollandse spreekwoorden en gezegden in een nieuwe vorm. Waarheden als koeien. Betuttelend, betweterig, geen speld tussen te krijgen. En dus gigantisch irritant. Een voorbeeld:

Dat is natuurlijk gewoon het aloude afgesleten ‘Jong geleerd, oud gedaan.’


Wat dacht je van: ‘De eerste klap is een daalder waard’? Of: ‘Een pen per dag is een hemdsmouw in een jaar’?

Geen spreekwoord, maar lijkt verdacht veel op wat je moeder vroeger zei:”Eerst je groente opeten!”.

Een variatie op ‘na gedane arbeid is het goed rusten’. Of, nog moralistischer: “Loon naar werken.”


De meest betweterige las ik laatst op de website lifehack.org:

“Don’t procrastinate. Look at your to-do list and actually do everything on it.”

Met andere woorden:


Overigens zijn lang niet alle spreekwoorden irritant. Neem nou het 'spreekwoord van de dag' bovenaan dit stukje. Die is me uit het hart gegrepen!

Monday, March 7, 2011

Het is een lifestyle, geen voorjaarsschoonmaak!

Het is weer zover. Plotseling heb ik het idee dat alles anders moet in mijn leven. Nou ja, niet alles. Vooral materieel mag er, zo heb ik besloten, wel iets veranderen. Er is hier in huis teveel van alles. Teveel boeken, teveel pennen, teveel glazen in de keukenkast. En dat moet veranderen!

Deze plotselinge opruimdrang heeft drie oorzaken. Om te beginnen: het wordt lente. En hoezeer ik de damesbladachtige ‘grote schoonmaak’ ook veracht, ze hebben wel gelijk. Met het lengen van de dagen groeit ook de behoefte aan het opruimen van het nest. Tweede reden: de afgelopen week leefde ik in een huurappartement in Lissabon. Een groot appartement, maar heerlijk leeg. Zo werkt dat met vakantiehuisjes: alleen het noodzakelijke is aanwezig. Het bleek een zegen. Opruimen? Doodsimpel! Wassen? Eitje! Natuurlijk, het vakantiegevoel deed ook z’n werk. Maar toch. Dat lege appartement gaf zo’n lekker Zen-gevoel.












Tot slot: de aanstaande verhuizing van mijn schoonouders. Ergens tegen de zomer gaan ze het huis verlaten waar mijn schoonvader maar liefst 82 jaar gewoond heeft. Dit weekend maakten we een begin met opruimen. En zag ik in de praktijk hoe zinloos bewaren eigenlijk is. Een ijsmuts die misschien ooit nog van pas komt (20 jaar ongebruikt), twee strandballen nog in de verpakking (15 jaar ongebruikt), fondueborden en vorken die nooit meer in de mode zullen komen (17 jaar ongebruikt), tachtig bakjes met schroeven (voor als je ooit die ene nodig hebt). Jarenlang is alles zorgvuldig bewaard. Het nam ruimte in en gaf meer last dan plezier. En nu? Nu gaat alles vrijwel ongezien weg. Stel je voor hoeveel lichter het leven geweest was zonder al die spullen!

Nu heb ik wel vaker een bevlieging, dus ik kijk het nog even aan. Misschien waait deze opruimdrang wel weer over. Ondertussen lees ik me vast een beetje in. Ik ben namelijk niet de enige die op zoek is naar versimpeling. Aanvoerder van de opruimbeweging is wel Dave Bruno. In 2008 nam hij zich voor een jaar te leven met maximaal 100 persoonlijke bezittingen. Hij hield (en houdt) er een blog over bij, dat blijkbaar al veel wereldverbeteraars en celebrities beïnvloed heeft. Ik heb er een korte blik op geworpen. Conclusie? Onhaalbaar, niet aan beginnen. En dat werkt grappig genoeg ook weer heel kalmerend. Al heb ik me – in een variant op Dave’s levensmotto – wel voorgenomen wat meer weg te gooien. Want hoewel een leven met ‘100 items or less’ me niet haalbaar lijkt, uit dit huis kunnen zeker ‘100 items or more’ verdwijnen. Een mooie klus voor de komende weken! Of ben ik dan stiekem toch bezig met de grote voorjaarsschoonmaak?


p.s. Dat appartement in Lissabon was, behalve lekker leeg, ook gewoon geweldig. Geschikt voor maximaal 7 personen. En betaalbaar. Zie de site!

Thursday, February 17, 2011

Jenny, Henny en Kenny. Damn autocorrect!

Sommige ergernissen zijn, hoe klein ook, toch extreem irritant. Neem nou het slepende conflict dat ik al jaren heb met m’n iPhone. Ik heet Jenny, maar dat ding blijft me consequent Henny of Kenny noemen. En aangezien je je naam meestal als allerlaatste onder een sms-je of mailtje typt, is het aantal berichten dat ik per ongeluk heb ondertekend met Kenny of Henny inmiddels ontelbaar.

Iedereen die ik lastigviel met mijn ergernis riep hetzelfde: Als je je naam maar vaak genoeg intypt, gaat ie ‘m vanzelf onthouden. Vergeet het maar. Ik heb die telefoon nu twee jaar, maar het is nog steeds Henny voor en Kenny na. Deze week was ik het zat. Ik besloot een uur lang niets anders te doen dan mijn eigen naam intypen op m’n iPhone. Het werd één lang virtueel misverstand. Ik typte ‘Jenny’, de autocorrect zei: Kenny. Of Henny. Niets hielp. M’n iPhone wilde me niet kennen.











Gelukkig brengt een beetje Googelen in dit soort gevallen uitkomst. De oplossing is simpel, maar bizar. Voor iedereen die geen Kenny of Henny heet, doe ik hem hier graag uit de doeken.

Stap 1: ga naar je instellingen, kies voor ‘algemeen’, dan voor ‘toetsenbord’ en dan voor 'internationale versies'. Kies daar voor 'voeg toe'.






Stap 2: kies uit de lijst met internationale toetsenborden voor ‘Japans Ten Key’. Jawel, echt doen!







Stap 3: ga terug naar het scherm ‘toetsenbord’. Je hebt daar nu een nieuwe knop gekregen: ‘wijzig gebruikerswoordenboek’. Kies hiervoor.






Stap 4: klik op het plusje en voeg bij ‘woord’ je naam (of een ander woord dat je wilt toevoegen) toe. Bij ‘Yomi’ vul je niets in.

That’s all! Je iPhone zal nu niet meer zeuren dat ie het woord niet kent. Hij zal het ook niet spontaan voor je aanvullen, maar ach. Je kunt niet alles verwachten. Waar deze vreemde oplossing vandaan komt? De functie is bedoeld voor Japanse gebruikers (met de Chinese toetsenborden werkt ’t ook, schijnt). Zij kunnen in het gebruikerswoordenboek shortcuts invullen die de iPhone dan zelf vervangt door Japanse tekens. Die laatste vult een Jappanner ook in (onder ‘Yomi’).


Ach, het is natuurlijk niets om je druk over te maken. Maar wel lekker om deze ergernis kwijt te zijn. Eén nadeel: ik mis Kenny en Henny een beetje. Hoe zou het met ze zijn?

O ja, ik ben niet de enige met autocorrectproblemen. Zie de site 'damnyouautocorrect.com'.

Monday, February 7, 2011

Ik en m'n Livescribe (deel 1)

Twee weken geleden kocht ik m’n gedroomde gadget: de Livescribe Echo Smartpen. Een pen die filmt wat je schrijft, opneemt wat er gezegd wordt en die geluidsopnamen en aantekeningen aan elkaar linkt. Het klinkt abstract, maar mij leek het handig. Bovendien leek het me leuk om, als wannabe gadgetblogger, de pen na het eerste gebruik messcherp op mijn blog te recenseren. Met filmpjes en zo. En daar liep ik vast. Want hoe simpel en klein de pen ook is, het is onmogelijk mijn ervaring met de pen in een kort filmpje te vangen. Het is een complex ding, en ook mijn mening over de pen is nog niet echt gevormd. Daarom hieronder wat gedachten bij het eerste gebruik. En een filmpje van een ander: de Livescribe bij De Wereld Draait Door.

Het gebruik. Ik voer vaak gesprekken waarbij ik aantekeningen moet maken. interviews, projectbesprekingen, van die dingen. Steevast denk ik op cruciale momenten ‘ach, dit onthoud ik wel’. Ik schrijf twee handige steekwoorden op (‘nagaan trends’) die bij later teruglezen alleen vragen oproepen. Wat bedoelde ik daar? Voor die momenten leek de Livescribe me handig. Bij de pen hoort een speciaal schriftje. Je zet de pen aan, drukt op de opnameknop en begint aantekeningen te maken in het schriftje. Terwijl je schrijft, ‘filmt’ de pen je handschrift en maakt geluidsopnamen van het gesprek. Heb je een blackout bij het nalezen van je aantekeningen? Dan klik je met de pen op de gewraakte passage. En – o wonder! – er start een geluidsopname van precies dat punt in het gesprek. Een glasheldere geluidsopname trouwens. Ik gebruikte de pen bij een gesprek tussen drie mensen in een drukbezochte koffielounge. Bij naluisteren bleek alles letterlijk te verstaan. En ook het klikken en terughoren werkte perfect. Over de basics dus niets dan lof. Enige nadeel: je hoort ook jezelf. Daar moet je tegen kunnen.

De bijgedachten. Het kan aan mijn beginnersstatus liggen, maar de Livescribe leidde me in de eerste gesprekken behoorlijk af. Schreef ik voorheen gewoon als een dolle mee, nu ging ik nadenken. ‘Ik hoef dit niet op te schrijven, het wordt toch opgenomen.’ ‘Maar als ik niets opschrijf, kan ik later ook niet op een woord klikken terug te luisteren.’ En zo waren we weer vier zinnen verder. De Livescribe verandert je manier van aantekeningen maken. Geen zinnen meer, maar steekwoorden. Dat volstaat. Vooral omdat je later, als je de opname terugluistert, weer aantekeningen kunt toevoegen, dingen kunt onderstrepen, sterretjes bij belangrijke uitspraken kunt zetten. Ook daarvan slaat de pen op bij welke fragmenten van het gesprek ze horen. Superhandig en na drie gesprekken werd ik er heel rustig van. Maar het was wel even wennen.

De vertraging. Iets wat ik me vooraf niet gerealiseerd had: je schrijft iets pas op, als het al uitgesproken is. Als iemand mij in een interview iets vertelt over zijn motivatie, dan schrijf ik het woord ‘motivatie’ pas op als het gesprek al een stukje verder is. Klik je later in je aantekeningen op ‘motivatie’, dan hoor je dus iets wat daarna pas gezegd is. Om het juiste fragment te horen, moet je altijd klikken op een eerdere aantekening. Tja. Ook hier helpen korte steekwoorden die je snel op kan schrijven. Hoe meer je ‘in sync’ blijft met het gesprek, hoe beter.

Het digitaliseren. Het gebruik van de Livescribe beperkt zich niet tot het bijgeleverde schriftje. Met een snoertje kun je de pen aan je computer hangen. Het gefilmde handschrift en de geluidsopnamen kun je vervolgens op je scherm teruglezen en –luisteren. Nee, hij zet de tekst niet in Word (dat kan overigens wel, met een apart programmaatje). Het is echt een filmpje/plaatje van wat je geschreven hebt. Een ‘pencast’ noemt Livescribe het zelf. Je kunt ‘m online delen met je gespreksgenoten, maar ook via een App synchroniseren met je iPhone of iPad. Erg handig, want met die ene iPad heb ik nu niet alleen al mijn digitale documenten bij me, maar ook mijn aantekeningen. Het werkt precies zoals het schriftje. Klik op een woord dat je hebt geschreven en je hoort het bijbehorende geluidsfragment. Erg fijn. Minder fijn is dat ik heel ‘lichtvoetig’ blijk te schrijven. Daardoor mist de Livescribe-camera soms delen van mijn handschrift. In het schriftje zie je daar niets van, maar in de digitale versie staan er ineens zinnen als:

Bewustwording helpt, heb ik inmiddels ervaren. Maar nu let ik bij elk gesprek ineens weer obsessief op m’n handschrift. Zal ook wel overgaan.

De beperking. Het afgelopen jaar stond, ook bij mij, in het teken van de iPad. Ik ben en blijf enthousiast over dat ding. Vooral omdat je er zoveel mee kunt. Ik hou m’n mail en agenda bij op de iPad, maak er to-do-lijstjes op, doe spelletjes, twitter, leer Portugese woordjes, enzovoort. De iPad heeft van mij een verwend digitaal wezen gemaakt. Met nadelige effecten voor de Livescribe. Dat is namelijk een pen. Punt. Een slimme pen, dat wel. Maar meer is het niet. En gek genoeg maakt dat het lastig om ‘echte liefde’ voor de pen te voelen. Je hebt ‘m niet altijd nodig. Hij ligt niet op m’n nachtkastje. En hoe handig ie ook is, we zijn inmiddels meer gewend van een gadget. Dat weet Livescribe zelf ook. Daarom heeft de pen een eigen app-store. Daar kun je bijvoorbeeld een Engels-Spaans woordenboek downloaden. Schrijf een Engels woord, klik erop, en de Livescribe geeft de Spaanse vertaling. Ik vind ‘m te duur (een paar euro, maar toch…), maar mijn pen heeft wel een demoversie. En die werkt echt. Schrijf ‘please’ en mijn pen zegt ‘por favor’. Fantastisch natuurlijk, maar ik hou het voorlopig even bij de pen alleen.

De vicieuze cirkel. Tot slot nog dit: de Livescribe is – zoals overigens alle gadgets – een aandachttrekker. En dat heeft vreemde gevolgen. Bij alle gesprekken die ik voerde, raakten mijn gesprekspartners gefascineerd door het ding. ‘Wat is dat?’ Hoe werkt dat?’ ‘Wat kost dat?’. Met als gevolg dat een flink deel van mijn Livescribe-opnamen tot nu toe bestaat uit geklets over ... de Livescribe. Een vreemd gevalletje vicieuze cirkel. Bij m’n laatste gesprek vorige week heb ik de pen in m’n tas gehouden. ’t Was een vergadering met wat oudere mensen die de schok over m’n iPad nog maar nauwelijks te boven zijn. Dit wilde ik ze niet aandoen. En zoveel belangrijks werd er niet gezegd.

Sunday, February 6, 2011

De heimelijke genoegens van het plaatjes plakken

Het is weer voetbalplaatjestijd. Mijn overijverige zoon heeft de AH-klanten een recordaantal pakjes afgetroggeld. Die moeten uitgepakt, gesorteerd, ontdubbeld en … ingeplakt. Dat laatste doe ik. Onder protest, maar vol geheim genoegen. Het voetbalplaatjesverzamelboek is dit jaar namelijk erg interessant. Bij elke speler staat een jeugdfoto en een korte biografie. Dat leidt onafwendbaar tot allerlei semi-wetenschappelijke inzichten.

Zo weet ik nu zeker dat mooie kinderen lang niet altijd mooie volwassenen worden. Sterker nog: meestal niet. Een van de schattigste blonde jongetjes in het boek (Mika Väyrynen van Heerenveen) werd in volwassen versie door de kinderen spontaan omgedoopt tot Frankenstein. En menig lelijk, oerdom kijkend jochie blijkt als volwassen voetballer niet te versmaden. Slechts in een enkel geval zijn de beautygenen sterk genoeg om de pubertijd te overleven. Nu ik dit weet, stop ik mijn prachtige blonde kindertjes ’s avonds zacht snikkend in bed.


Hoe meer ik plak, hoe meer voetbalwetten zich aan mij openbaren. Een greep:

- voetbaltrainers zijn opvallend vaak kaal (en lijken al helemaal niet op wie ze als klein jongetje waren).

- Voetballers komen zelden of nooit uit Azië, Australië of Noord-Amerika.

- Er zijn heel veel Marokkaanse voetballers. Op de een of andere manier lijkt me dat goed voor de integratie (je hoort Geert er nooit over!)

- De herkomst van een speler laat zich heel goed afleiden uit de jeugdfoto. Dit geldt vooral voor Scandinaviërs (blond, weidse uitzichten) en Marokkanen (vergeelde foto, jaren ’70 kleding). Toon mij uw jeugdfoto en ik zeg u waar uw wiegje stond!

Natuurlijk roept het boek ook vragen op. Wie heeft al deze informatie verzameld? Hoe vaak is er met stijgende paniek naar de zaakwaarnemer van de Hongaar Bálàzs Toth (zonder jeugdfoto in het boek) gebeld? “We moeten hem vanmiddag voor half 5 echt hebben!” Welke creatieve tekstschrijver brouwde de opzettelijk lange zinnen bij spelers die overduidelijk niets te melden hadden? (“Toen ergens halverwege de jaren tachtig een krijsend kereltje op de wereld kwam, noemden zijn trotse ouders hem Tim Joost Christiaan Vincken“) Maar vooral: onder welke omstandigheden is deze niet-zo-jonge-jeugdfoto genomen van Jan van Dijk, trainer van VVV-Venlo?


Friday, January 28, 2011

Ik ben een gadgetfreak!


Gisteren heb ik ‘m dan eindelijk gekocht: de Livescribe Echo smartpen. Een product waar ik al bijna twee jaar enorm hebberig van word. Een pen die audio opneemt, tekst digitaliseert en de audio ook nog linkt aan de tekst die je hebt geschreven. Ik wilde ‘m zo graag hebben, dat ik met mezelf een bindende afspraak gemaakt had: “Je mag hem kopen, zodra je hem nodig hebt.” Waarbij ‘nodig’ natuurlijk een rekbaar begrip was, dat spreekt voor zich.

Toen ik de pen in de winkel afrekende, zette de verkoper me met één bijzonder doeltreffende opmerking onverbiddelijk op mijn plek. “Deze pen wordt echt alleen gekocht door gadgetfreaks.” Tja. So much voor de ‘ik heb deze pen nodig’ strategie. Terwijl ik de pen uitpakte realiseerde ik me hoe ik zo geworden was. Het is de schuld van de postorderbedrijven! Die hadden toen ik een jaar of tien was (en misschien nog wel) de gewoonte toekomstige abonnees te verleiden met leuke hebbedingetjes. Een roulettespel, gepersonaliseerde stickertjes of – o meisjesdroom! – mini-lippenstiftjes. Gratis bij uw eerste bestelling! Op ons pleintje ging het gerucht dat je die ‘eerste bestelling’ gewoon terug kon sturen en het cadeautje dat er bij zat zomaar mocht houden. Wie durfde deed het echt. Om meestal bedrogen uit te komen. De ultrasmalle poppenlippenstiftjes (Yves Rocher) braken af, het plastic roulettespel wilde niet draaien. Maar één keer had ik de jackpot: een stalen ballpoint met quartzklokje. Met dank aan de ECI. Ik maakte er de blits mee in de klas en het was nog nuttig ook! Klok kijken terwijl je schrijft. Wie wil dat nou niet?

De weg van de ECI-pen naar de Livescribe voert langs veel overbodige spullen. Een horloge dat de tijd uitspreekt, een kauwgomballenautomaat, een pen met radio, een tamagotchi. Meestal gold één nietsontziende oude wijsheid: het bezit van de zaak, is het eind van 't vermaak. Heb ik ervan geleerd? Natuurlijk niet. Behalve dan dat ik mezelf die ene beperking opleg: ik moet het ‘nodig’ hebben. Volgende week gaat m’n gloednieuwe Livescribe de praktijktest in. Vijf interviews met smartpen en speciaal ‘dot-papier’. De gadgetfreak in mij verkneukelt zich!


Monday, January 17, 2011

Ach ja, die zijn verdwenen....


Sommige dingen verdwijnen zonder dat je er erg in hebt. Toen ik vandaag dit bordje zag hangen, voelde ik het gemis pas. En kwamen de vragen. Was het ophangen van dit bordje ooit een wettelijke verplichting? Waarom/wanneer is dit afgeschaft? En vooral: hoe krijgt deze winkel het voor elkaar om al sinds 1978 hetzelfde bordje te hebben?

De winkel in kwestie is trouwens een anachronisme op zich: Tesselschade - Arbeid adelt. Je kunt er borduurwerkjes, gehaakte pannenlappen en ander ouderwets handwerk kopen. Vooral sinds ik las dat de dochters van WimLex en Maxima gekleed gaan in jurkjes van deze winkel, is het een bron van fascinatie voor mij. Met als belangrijkste vraag: wie maakt deze spullen? Tot mijn grote vreugde werd deze vraag laatst beantwoord op een blog dat ik regelmatig lees. En dat trouwens nog veel fascinerender is dan Tesselschade - Arbeid adelt. De blog heet 'eenvoudig leven' en wordt gevuld door iemand van mijn leeftijd die in hetzelfde dorp woont als mijn ouders. En daar houdt alle overeenkomst op. Ik zeg niets. Behalve dit: deze dame borduurt voor Tesselschade Arbeid adelt. Lees haar blog! Er gaat een wereld voor je open!

Sunday, January 16, 2011

Is Aaf een Margriet-vrouw?

In de Volkskrant stond vorige week een intrigerend klein berichtje. Het ging over columniste Aaf, die bevallen was van een dochter. Maar dat was niet alles. In het stukje stond een zin die ik me helaas niet helemaal meer kan herinneren. Maar hij ging ongeveer zo: ‘Aaf is nog met zwangerschapsverlof, maar ze begon deze week wel met een wekelijkse column in Margriet.’ Misschien zoek ik er teveel achter, maar op mij kwam dit zinnetje (en vooral het woordje ‘maar’!) een beetje rancuneus over. Vrij nemen bij de Volkskrant, maar wel beginnen bij Margriet. Dat kan natuurlijk niet!

Het meest fascinerend aan het bericht was natuurlijk de bizarre onthulling dat Aaf in Margriet was gaan schrijven. Ik ken Aaf van haar column in de NRC Next, waar ze mee stopte toen ze moeder werd. En nu dit! In mijn hoofd vormde zich een beangstigend rijtje: NRC Next, Volkskrant, Margriet. What’s next? Een column in de Plus? Aan de andere kant, misschien zat ik er wel naast. De Margriet ken ik vooral uit de tijd dat mijn moeder hem nog wel eens las. Pakweg zo’n 25 jaar geleden. Wie weet is Margriet enorm met z'n tijd meegegaan. En is het het lijfblad dat ik zo node mis! Ik kocht een Margriet.

Het bladeren in de Margriet kostte me ongeveer een kwartiertje. In dat kwartiertje leerde ik de Margriet-vrouw kennen. De Margriet-vrouw is wars van onnodige luxe (“een verwendagje in uw eigen badkamer”), geniet vooral op de vierkante centimeter (“als hij geniet, geniet ik ook”), is dol op gezelligheid (‘strak ingericht, toch gezellig’) en ziet zelfs bij de ergste tegenslag nog lichtpuntjes en kansen (“in Haïti werd ik een beter mens”). Echt erg wordt het pas als haar vertrouwen beschaamd wordt (“als ik mijn eigen zus niet kan vertrouwen, wie dan wel?”). De Margriet-vrouw houdt van tradities, maar durft ook best te experimenteren (‘Erwtensoep uit alle windstreken’). Haar onbetwiste heldin is Yvon Jaspers (“wat een leuk mens is zij”). En dat is fijn, want die heeft ook een column in Margriet.



De combinatie Aaf-Margriet, die zag ik niet direct. Tot ik me een oude familievete herinnerde. Margriet was vroeger altijd het zielige zusje van Libelle. Eigenlijk net zoals die andere Margriet altijd achter Beatrix aanliep. En ook nu heeft Libelle een hogere oplage (460.000 vs. 275.000) en een succesvoller ‘event’ (Libelle Zomerweek vs. Margiet Winterfair). Het zwakke punt van Libelle? De columnisten! Op het web wordt daar flink over geklaagd. De columnisten ‘reizen de hele wereld over alsof dat maar normaal is’ en hun leven is ‘niet representatief voor een gewone Nederlandse vrouw’. In de strijd met haar dominante zusje zet Margriet daarom de lekker gezellige Yvon in. En nu dus ook Aaf. Die schrijft altijd zo leuk over de kleine dingen in het leven! Ik twijfel. Margriet trouwens ook. Daarom heeft Aaf een lelijke foto gekregen en heet haar column ‘HuisTuinKeuken volgens Aaf’. Zo lijkt ze toch een beetje op de Margriet-vrouw.



Friday, November 19, 2010

"Daarover straks later." Het overcompensatieproza van Hero Brinkman

Al gelezen? De interne notitie van Hero Brinkman over de democratisering van de PVV? Zo niet, doe het alsnog! Het is op z’n minst goed voor een paar vrolijke minuten. Maar naast een bron van vermaak is het ook een geweldig voorbeeld van overcompensatie op papier. Je ziet het veel bij ambtenaren die bureauwerk moeten doen, maar eigenlijk nog half ‘met de poten in de klei staan’. Zelf deed de tekst me sterk denken aan mijn tijd bij het Rotterdamse OV-bedrijf RET. Zo’n oud-buschauffeur die als kersvers afdelingshoofd zwetend een beleidsstuk in elkaar draaide. Niet in lekkere straattaal, maar in een stijl die uit lijkt te schreeuwen: ik snap best wel hoe het hoort! Brinkman, zelf ooit politieagent, doet hetzelfde. Het leidt tot een prachtige klok-zonder-klepel tekst. Over ‘doen alsof’ gesproken!

Tien kenmerken van dit teksttype, met Brinkman-voorbeelden:

  1. De kijk-eens-wat-een-mooi-woord-ik-gevonden-heb!-herhaling
    Knechtend, wat een mooi woord. Zonde om dat maar één keer te gebruiken.







  2. De Jeckyll/Hyde-zin
    Een zin die uitblinkt in hoogdravende termen, maar ook een zware spelfout laat zien. Heerlijk!






  3. De strooikomma
    Leestekens, altijd lastig. Een lange zin heeft komma’s nodig, maar waar? Strooien maar, zou ik zeggen.





  4. De net-niet-naam
    Een Franse filosoof aanhalen, ook heel gevaarlijk. Het hoort je tekst net iets geloofwaardiger te maken, maar ja... dan moeten alle lettertjes er wel in staan. Montesquieu dus.





  1. De excuustruus
    Sommige de-woorden zijn vrouwelijk. Daar kun je niet correct genoeg mee omgaan. Liever teveel dames in de tekst dan te weinig. En dat meervoud? Ach, daar maken we ook een vrouwtje van.





  1. De ‘ik snap wat je bedoelt’....
    Natuurlijk snappen we wat hij bedoelt. Hulde aan dat standpunt, maar de zin is natuurlijk een ... uh... misser.




  2. De Houdini.
    Vrij naar ‘Oh Oh Cherso’. Met een aantal prachtige volzinnen toewerken naar je climax: de partij moet democratisch worden. En dan de plank net misslaan door precies het tegenovergestelde te beweren. Oeps.





  3. De waarheid als een koe
    Zo nu en dan moet je je tekst doorspekken met universele waarheden. De betekenis van het medium tv bijvoorbeeld. Onderschat het niet!




  1. De duimneurose
    De spatiebalk is groot, ik weet het. Maar om die duim er nou steeds op te laten landen? Aan de andere kant: als je niets aan elkaar schrijft kun je het ook niet fout doen? Toch?




  2. De kortsluiting
    Ach, deze is gewoon leuk. Later meer, straks meer? ’t Is ook zo verwarrend allemaal.





Mijn tip aan Hero Brinkman: laat je pretenties varen en schrijf gewoon zoals je denkt en praat. Wie even doorbijt en om alle groteske stijlvormen heen leest, ondekt namelijk dat ie best een punt heeft, die Brinkman.

De hele tekst lezen? Het kan via de site van Een Vandaag.

Thursday, November 11, 2010

Corrigerend ondergoed voor mannen? Meet the Bro!



















Ik las van de week in de krant dat corrigerend ondergoed voor mannen de nieuwste trend is. Nieuw? Dit boekje uit 1957 staat als eeuwige bron van inspiratie in onze boekenkast. Met advertenties voor producten die hun tijd blijkbaar ver vooruit waren. Het leukste mannenondergoed was trouwens ooit bij Seinfeld te zien:

Wednesday, November 10, 2010

48 uur zonder chaos




















Zoals iedereen heb ook ik een haat-liefdeverhouding met mijn mailbox. Nee, ik kan niet zonder. En ja, het is teveel en te ongeorganiseerd. Deze week nog vertelde iemand me dat hij zijn mailbox altijd leeg houdt. Met die man wil ik dus niet meer omgaan. Veel te georganiseerd (of een leugenaar).
De relatie met mijn mail is er niet eenvoudiger op geworden sinds ik ZZP'er ben. Om te beginnen is er nu geen systeembeheerder meer die me boos toespreekt en beweert dat a) het bedrijf failliet gaat b) ik ontslagen wordt of c) de wereld vergaat als ik niet onmiddelijk mijn mailbox opschoon. Maar bovendien heb ik geen vaste werkplek meer en zwabber ik van Imac thuis naar Iphone en Ipad onderweg, naar werkplek bij de klant. Dat leidde tot een computer thuis met mailbox voor m'n zakelijke mail, een mailaccount bij een klant waarvoor ik moet inloggen - iets wat vanaf de Ipad niet kan - dus ook een gmail-account waar alle mail van die klant naar geforward wordt, een gmail-account voor privémail en mailboxen voor zowel m'n twee gmail-accounts als m'n zakelijke mail op m'n telefoon en Ipad. Handig hoor, maar ook heel geschikt om in te verzuipen. Wat ik dan ook regelmatig doe. "Ik heb je gemaild!" Eeeehm... waar?

Tijd voor actie dus. En omdat ik sinds kort al mijn documenten 'in the cloud' bewaar (Dropbox!), heb ik besloten ook mijn mail volledig aan het net toe te vertrouwen. Aan gmail, want ik hou van gmail. Je kunt het zo instellen dat het net lijkt alsof je van een ander adres mailt. Niks gmail.com dus, maar gewoon m'n eigen adres. Handig! En gmail selecteert sinds een tijdje zelf je mails op belangrijkheid en plaatst ze in een speciale Priority Inbox. Werkt nog niet helemaal, maar het helpt wel iets. Blije mensen kunnen hun gmail-box uiteraard ook kleurtjes geven (of een plaatje van een berg of een ondergaande zon), zodat je je niet meer vergist in account. Mijn privé mailbox ziet er nu uit als een gezellig Libelleprikbord (voor mijn gezellige Libelleleven), mijn zakelijke mail als een saaie archiefkast. Meer gmail-accounts tegelijk bekijken? Daar heb je (althans voor Mac) weer een handig programmaatje voor: Mailplane, dat je eenvoudig laat switchen tussen meerdere accounts en ook nog extra functionaliteiten (piepjes als er mail binnenkomt!) toevoegt.

Kortom: ik voel me sinds vanochtend weer volledig opgeschoond en georganiseerd. Dat duurt bij mij meestal niet meer dan twee dagen. Heb je dus een dringend bericht? Mail me nu! Over 48 uur slaat de chaos weer toe.


Wednesday, November 3, 2010

De vijf do's & dont's van de Disneyweken















Sinds een paar jaar heb ik me neergelegd bij de Albert Heijn-terreur hier in de buurt. Behalve een vage Coöp en wat peperdure avondwinkels, zijn er simpelweg geen andere supermarkten in dit deel van de stad. En hoewel ik nog altijd geen fan ben van die blauwe Zaanse bijnamonopolist, begint er langzaam toch iets van liefde te ontstaan. Dat komt zo: Albert Heijn heeft voetbalplaatjes en Disneyweken. En ik heb een zoon van acht. Dat blijkt een prima combinatie.

Natuurlijk, spaaracties zijn verderfelijk. De tere kinderziel, ik weet het. Maar vergis je niet, er komt veel moois uit voort. Jongetjes van acht houden namelijk van bedelen. En bedelen, zo heb ik inmiddels ontdekt, is enorm leerzaam. "Weet je mama", kreeg ik te horen toen hij met z'n zakken vol naast me naar huis liep, "ik heb een tactiek." En daarna volgden vijf do's & dont's die in een cursus klantbenadering niet zouden misstaan:
1. Kijk goed naar de mensen. Hebben ze veel boodschappen? Zijn ze in een goed humeur? Hebben ze kinderen bij zich?
2. Begin met lachen
3. Vraag het vriendelijk en wees aardig
4. Vraag het nooit te snel of onverwacht
5. Als ze niet willen, zeg je 'sorry'

Die laatste zie ik mezelf nog niet toepassen, maar de vier daarvoor lijken me vrij universeel. Toch handig, om dat op je achtste alvast bij de kassa van de Albert Heijn te leren. En dat het werkt bewijst de enorme berg Toy Story poppetjes die we inmiddels hebben. Iemand ruilen?

Sunday, October 31, 2010

Het valt best mee















Nu ik geen collega's meer heb, zijn er gelukkig maar weinig mensen die me de vraag nog stellen: "Wat heb je gedaan dit weekend?" Meestal doe ik namelijk niet zoveel. Althans, zo voelt het. Het afgelopen weekend is voor mijn gevoel opgegaan aan uitslapen (extra uur!), tv-kijken (we hebben een proefabonnement op het filmkanaal, vanmiddag een intens slechte tienerkomedie gekeken) en het uitproberen van dat nieuwe wijnbarretje in de straat. De kinderen hebben dagdelen lang in hun pyjama rondgerommeld en de ontbijtspullen zijn tot vier uur 's middags op tafel blijven staan. Ik krijg daar altijd een heel calvinistisch schuldgevoel van. Vooral als ik hoor welke verantwoorde dingen anderen gedaan hebben. Met de kinderen dauwtrappen op het voetbalveld (wij mijden teamsporten vanwege die nare weekendverplichtingen), in de rij staan voor gratis museumbezoek ('t was museumweekend) of een harmonieus uitje met de hele familie naar een logeerboerderij.

Gelukkig stond er vrijdagochtend een zeer geruststellend artikeltje in NRC Next. De eerste zin bevatte direct een weldadige mededeling: "Mensen hebben vaak een nogal negatieve kijk op zichzelf in vergelijking met hoe anderen hen zien." Wereldwijd is er onderzoek naar gedaan. En het blijkt dat iedereen last heeft van mijn kwaal. Ik citeer: "Mensen zien zichzelf in het algemeen als neurotischer, minder competent, minder gedisciplineerd, minder assertief en minder altruïstisch dan mensen in hun omgeving hen vinden." Wat een heerlijk nieuws!!! Van de weeromstuit heb ik mijn weekend maar eens met andere ogen bekeken. Wat blijkt? Naast alle luie nutteloosheid heb ik ook drie wassen gedraaid, het huis opgeruimd, geholpen met het huiswerk, de BTW gedaan, een factuur verzonden, een nieuwsmail aan de ouders van groep 5 verstuurd, een cadeautje bij de Intertoys gekocht (geloof me, een hele opgave) en een jas naar de kleermaker gebracht. Het valt dus best mee met mij. En niet alleen met mij. We doen het allemaal beter dan we zelf denken. Of, voor de pessimisten: onze incompetentie valt niet op.

Het artikel lijst ik in, dat spreekt voor zich. Online kon ik het trouwens nergens vinden. Toch lezen? Het onderzoek is gepubliceerd in het novembernummer van Journal of Personality and Social Psychology. Mocht je het allemaal niet vertrouwen: via de site van NRC Next kun je zelf testen hoe neurotisch je bent.

Friday, October 29, 2010

De BTW 'doen'


Zo laat als deze maand ben ik nog nooit geweest. Waarmee? Met de BTW. Het is, na afloop van ieder kwartaal, het mantra van de ZZP'er: 'Ik moet de BTW nog doen.' Grappig genoeg noemt de Belastingdienst het heel anders. Ergens aan het eind van de driemaandelijkse periode ontvang je een formulier voor het doen van een 'aangifte omzetbelasting'. En een mailtje sturen ze je ook. Het zal mijn onervarenheid wel zijn, maar steeds als ik die envelop opentrek of dat mailtje aanklik, schrik ik. Omzetbelasting?! Wat is dat nu weer?
Het zou een stuk gemakkelijker zijn als de Belastingdienst je gewoon een mail zou sturen met als subject: "Je moet de BTW nog doen!" Dat sluit pas aan bij de doelgroep! Ach, er zullen wel allerlei redenen zijn om het anders te noemen. En welke naam het ook heeft, je blijft er tegenaan hikken. Terwijl het als je bezig bent echt enorm (nou ja... best wel) meevalt.

Visie? Welke visie?

Sinds ik ZZP'er ben, krijg ik van iedereen hetzelfde advies toegeworpen: begin een blog! Nu heb ik jaren geblogd over van alles en nog wat, maar dat is geloof ik niet de bedoeling. Met dit nieuwe blog zou ik een visie op mijn vak moeten uitdragen, me in de markt moeten zetten. Steeds als mensen me dat blogadvies geven, knik ik instemmend. Ja, goed idee. Ga ik werk van maken. Om ondertussen te denken: 'Welke visie op het vak?' Want wat betreft mijn visie ben ik - en ik hoop ik niet alleen - één grote brok onzekerheid. Met meer dan vijftien jaar ervaring weet ik inmiddels dat ik best goed ben in mijn werk. En iets van een filosofie heb ik ook wel. Maar die houdt het midden tussen 'niet lullen maar poetsen' en 'durf ook eens van de gebaande paden af te stappen'. Tja, daar vul je geen blog mee.

Als ik heel eerlijk ben wil ik ook helemaal niet bloggen over mijn vak. Ik wil schrijven over de koolmeesjes, die hier buiten mijn raam zo herfstig door de kale boom hippen. Of over hoe ik maar niet op gang kom vandaag. Over dat milieuvriendelijke deodorants niet werken (echt niet! probeer het maar!), dat de BTW doen niet erg is, maar dat ik toch steeds uitstel en dat die lastige klant me nu al dagen buikpijn bezorgt. Maar ook over mijn bizarre relatie met de werkster, de zin en onzin van de Disneyweken bij Albert Heijn, mijn afkeer van telefoongesprekken en het verschil tussen een 'training' en een 'workshop'.
Kortom: het leven als geheel is veel interessanter dan alleen mijn 'vakgebied'. Dat is ook precies de reden dat ik voor mezelf begonnen ben. Bij tijd en wijle wil ik me nog best voordoen als 'Jenny de professionele doorgewinterde communicatiespecialist', maar verder mogen mensen de chaotische achterkant ook best zien.
Bij deze dus mijn blog. Onregelmatig, van de hak op de tak en, zo in het algemeen, niet heel netjes afgehecht. Mijn visie? Die zit ergens tussen de regels. Het heeft iets te maken met echtheid. En met niet meer doen alsof.